Veelgestelde vragen

Download PDF veelgestelde vragen

Er zijn begin 2016 omstreeks 40 ondernemersfondsen op OZB-basis actief. Het gaat om heel verschillende gemeenten, van steden als Leiden, Leeuwarden, Groningen en Utrecht, via sub-urbane gebieden als Pijnacker-Nootdorp en Lisse tot aan een plattelandsgemeente als Leek. Er zijn honderden ondernemers actief in de fondsen en in de verenigingen en allianties die werken met geld uit de fondsen. Bijna overal wordt bij de voorbereiding van een fonds stevig gediscussieerd over wenselijkheid, structuur en bestedingsplannen. Zodra het fonds er eenmaal is, gaat het snel in ‘het systeem’ zitten. ‘Gemak’ is een veel gehoord woord: er is een probleemloze financiering van gezamenlijke activiteiten van ondernemers, dat geeft stabiliteit. De tijd en energie kunnen eindelijk besteed worden aan de inhoud en aan de echte belangenbehartiging, in plaats van aan het financieel overeind houden van de vereniging.

Die honderden ondernemers zijn voor het overgrote deel vrijwilligers. Op veel plekken huren de ondernemers inmiddels een fondsmanager in en vaak ondersteunt ook de kamer van koophandel een fonds. Maar het overgrote deel van het werk wordt door vrijwilligers gedaan. 

 

Iets wat succes heeft, trekt de aandacht. De fondsen krijgen bij voortduring vragen van ondernemers naar de werking van een fonds. Maar er is niet een professionele ‘helpdesk’ of een communicatiebudget. Om toch in de informatiebehoefte te kunnen voorzien, hebben we enkele veelgestelde vragen in de voorliggende notitie aan de orde gesteld.

 

In de praktijk is er overeenstemming over drie ‘regels’ die bij een ‘echt’ ondernemersfonds horen:

  • Een fonds is ‘voor en door ondernemers’. De gemeente heeft geen zeggenschap over het bestuur van het fonds en al helemaal niet over de besteding van het geld. Er wordt zeer strikt gewaakt tegen ‘substitutie’: zodra een gemeente naar een ondernemersfonds wijst als financieringsbron voor een gemeentelijke taak, gaat de brug omhoog. De enige verantwoording die een fonds aflegt aan de gemeente is die over de rechtmatigheid; de gemeente mag een tijdig aangeleverde accountantsverklaring eisen. Formeel is er immers sprake van een subsidierelatie tussen gemeente en fonds. Overigens is de ervaring dat juist de volkomen onafhankelijkheid van de fondsen het weer mogelijk maakt om goed samen te werken met de gemeentebesturen: de verhouding wordt er gelijkwaardig van.

  • ‘Ondernemer’ is iedereen die OZB betaalt in de categorie niet-woningen. Het fonds is er dus voor zowel eigenaren als gebruikers van onroerend goed en voor zowel profit als ‘not for profit’. Zorg, onderwijs, cultuur en sport worden van harte uitgenodigd zich aan te sluiten bij de verenigingen van ondernemers die gebruik maken van het fonds en mee te doen aan het maken van plannen voor de besteding.

  • Elk fonds heeft een structuur waarbij de mogelijkheid tot participatie van de individuele ondernemers zo groot mogelijk is. De meeste fondsen werken daartoe met een systeem van ‘trekkingsrechten’, waarbij een gebied of een sector in de gemeente het zelf opgebrachte deel van het fonds weer terug krijgt. Voorwaarde voor dit ‘zelfbestuur’ is wel dat er sprake is van een transparante en democratische alliantie of vereniging.

    De kunst is om los van deze drie ‘regels’ zo min mogelijk voorschriften te hanteren. Ondernemers zijn creatieve mensen. Hoe meer eigen verantwoordelijkheid ze kunnen nemen, hoe meer er uit komt. Het fonds zorgt voor organiserend vermogen ter plaatse. De rest is aan de ondernemers zelf. Dat mobiliseren van de innovatieve kracht van de ondernemers maakt het op poten zetten en onderhouden van een fonds een spannende en inspirerende bezigheid. 

Heeft u vragen of opmerkingen voor het Platform Ondernemersfondsen, neem dan contact met ons op.